Traumatische rouw: als verdriet en een overbelast zenuwstelsel samenkomen

Rouw en trauma worden vaak in één adem genoemd. En dat is logisch, want verlies kan je diep raken. Maar rouw en traumatische rouw zijn niet hetzelfde. Toch kunnen ze wel met elkaar verweven raken, en juist daar ontstaat vaak verwarring.

In deze blog neem ik je mee in het verschil. Niet met ingewikkelde theorie, maar aan de hand van ervaringen uit mijn praktijk (namen zijn uiteraard aangepast).

Herken je signalen die verder gaan dan verdriet? Lees dan ook vormen van rouw.

Rouw en traumatische rouw

Rouw: pijn, liefde en alles wat daartussen zit

Rouw gaat over verlies. Over het missen. Over het gat dat ontstaat als iemand er niet meer is, of als het leven niet meer lijkt op wat je dacht dat het zou zijn. Rouw is eigenlijk liefde die geen kant meer op kan gaan.

Rouw kan zich uiten als:

  • intens verdriet
  • boosheid of irritatie
  • schuldgevoel
  • opluchting (ja, ook dat)
  • leegte
  • onrust in je lijf
  • slecht slapen
  • nergens zin in hebben
  • depressief of vlak gevoel hebben

Rouw is geen rechte lijn. Het komt in golven. Soms zacht, soms rauw. En soms op momenten waarop je het totaal niet verwacht.

Wat ik vaak zeg in mijn praktijk: rouw kun je niet verwerken alsof het daarna klaar is. Rouw kun je alleen verweven. Verweven betekent: leren meebewegen met wat er in jou leeft. Zodat het verlies niet verdwijnt, maar jij wel weer meer rust en ruimte krijgt.

Trauma: als je systeem in de overlevingsstand blijft hangen

Trauma gaat niet alleen over wat je hebt meegemaakt, maar vooral over wat het met je zenuwstelsel heeft gedaan.

PTSS staat voor Posttraumatische stressstoornis. Bij een traumatische ervaring kan je systeem zo overbelast raken dat het als het ware een noodprogramma aanzet:

  • altijd alert zijn
  • niet meer kunnen ontspannen
  • schrikachtig zijn
  • flashbacks (beelden of herinneringen die opeens terugkomen alsof het nu gebeurt)
  • nachtmerries
  • dissociatie: het gevoel dat je er niet helemaal bij bent, alsof je jezelf van een afstandje bekijkt

Bij PTSS is het alsof je brandalarm continu afgaat, ook als er geen brand meer is. Dat maakt het leven een stuk zwaarder dan het al is.

Belangrijk om te weten: trauma is niet altijd PTSS. Maar bij PTSS zie je vaak dat bepaalde momenten, beelden of herinneringen zoveel stress oproepen dat je lichaam blijft reageren alsof het nog steeds gebeurt.

Traumatische rouw: twee sporen die naast elkaar lopen

Rouw is pijnlijk. Rouw kan je ontregelen. En rouw kan ook traumatisch worden, zeker als het verlies plotseling is, als je iets heftigs hebt gezien, of als je lange tijd onder extreme stress hebt gestaan.

Dan heb je niet alleen verdriet om het verlies, maar ook een zenuwstelsel dat aan blijft staan. En als je systeem niet tot rust komt, wordt rouwen bijna onmogelijk. Niet omdat je niet wil voelen, maar omdat je lijf je beschermt en het niet toestaat.

Joy: rouw na een lange zorgperiode

Joy is 29 jaar en moeder van twee kinderen (2 en 4). Haar man overleed na een ziektebed van twee jaar.

Twee jaar lang stond ze aan. Ze werkte, draaide het gezin en zorgde met alles wat ze had voor haar man. Vanuit liefde. Vanuit overgave. En ook: vanuit pure noodzaak.

Na zijn overlijden voelde ze iets waar ze zich later enorm schuldig over voelde: opluchting.

Opluchting dat de zware zorg niet meer nodig was. Opluchting dat de ziekte niet erger zou worden. En daarna kwam het verdriet. Het gat. De stilte.

Het zorgen was zo onderdeel van haar leven geworden dat ze na het overlijden niet meer wist hoe ze moest zijn zonder die taak. Ze functioneerde: ze zorgde voor de kinderen, ze ging naar haar werk. Maar vanbinnen was ze leeg. Vermoeid. En ze sliep slecht.

Een tijd lang drukte ze haar emoties weg, omdat het moest, omdat er geen ruimte was, omdat ze dacht dat ze sterk moest zijn. Totdat ze genadeloos omhoog kwamen in de vorm van paniek.

Een paniekaanval is vaak niets anders dan opgestapelde emoties die in één keer omhoog komen. Niet omdat je zwak bent, maar omdat je systeem te lang te veel heeft gedragen.

In onze sessies leerde Joy iets belangrijks: je hoeft rouw niet weg te krijgen. Je hoeft het niet op te lossen. Je hoeft er alleen mee te zijn, zodat het kan verweven. En ja, dit klinkt zweverig, maar dit is de enige manier om je weer wat lichter te voelen.

We werkten veel met het lichaam. Ze leerde meerdere keren per dag kleine ademruimtes te nemen, spanning los te laten op een manier die haalbaar en veilig voelde. Niet één keer per week alles open trekken, maar juist: regelmatig ruimte maken zodat het niet hoeft te ontploffen.

Langzaam kwam er iets terug wat ze kwijt was: vertrouwen. Niet dat het nu makkelijker is, maar wel dat ze vertrouwt op zichzelf en voelt: ik kan de pijn aan, ik hoef het niet meer weg te duwen.

Als de weerstand op voelen eraf gaat, ontstaat er acceptatie. Niet als een trucje, maar als een diepe, rustige waarheid: ik voel wat ik voel, en ik hoef daar niet tegen te vechten.

Sonja: rouw na een plotseling verlies

Sonja verloor haar broer onverwachts bij een auto-ongeluk. Een uur ervoor had ze hem nog gesproken en opeens was hij er niet meer. Zo, in één seconde, uit het leven gerukt.

Het nieuws van de politie. Het moment van identificeren. De schok. De angst. Er was zoveel te voelen dat haar zenuwstelsel overbelast raakte.

In korte tijd bouwde er zoveel spanning op dat ze begon uit te checken, als bescherming. Alsof haar systeem zei: dit is te veel, dit kan ik niet in één keer dragen.

Ze had verdriet en pijn, maar daarnaast ook klachten die passen bij PTSS:

  • voortdurend alert zijn
  • onrust
  • niet meer kunnen ontspannen
  • slecht slapen
  • flashbacks
  • dissociatie
  • een zeer kort lontje naar haar kinderen en partner

In zo’n situatie lopen rouw en trauma naast elkaar. En dan is het belangrijk om te weten: als PTSS op de voorgrond staat, kun je niet gewoon gaan rouwen. Niet omdat je niet wilt, maar omdat je systeem nog in de overlevingsstand zit.

Sonjas traject liep daarom anders. Voordat we ruimte konden maken voor het doorvoelen en loslaten van emoties, moesten we eerst de PTSS aanpakken. Dat deden we met lichaamsgerichte oefeningen en EMDR, een bewezen therapievorm waarbij schokkende herinneringen stap voor stap hun lading verliezen zodat je er niet langer door overspoeld raakt.

De momenten die nog steeds enorme stress gaven, hebben we zo stap voor stap geneutraliseerd. Met als gevolg:

  • haar zenuwstelsel kon weer ontspannen
  • ze hoefde niet meer constant aan te staan
  • er kwam weer ruimte om emoties te voelen

Dit is belangrijk om hardop te zeggen: PTSS gaat meestal niet vanzelf over als je niets doet. Als je trauma niet aankijkt, blijf je stresshormonen aanmaken. Je blijft overleven. En vaak raak je ook afgesloten van delen van je gevoel. Juist door er aandacht aan te geven, ontstaat er weer rust, ruimte en verbinding met jezelf.

Wat betekent dit voor jou?

Als jij rouwt en je merkt:

  • ik blijf maar aan staan
  • ik kan niet ontspannen
  • ik heb flashbacks of beelden die steeds terugkomen
  • ik check uit of voel me niet meer mezelf
  • ik slaap slecht en ben constant alert

Dan kan het zijn dat er naast rouw ook sprake is van traumatische rouw of PTSS. En dan is het niet de bedoeling dat je jezelf nog harder gaat pushen met: ik moet dit gewoon voelen. Soms is de eerste stap juist: je systeem helpen om weer veilig te worden.

Wil je weten of dit bij jou herkend wordt? Lees meer over rouwverwerking in Alkmaar of hulp bij rouw.

Je mag om hulp vragen

Rouw vraagt zachtheid, tijd en ruimte. En soms vraagt het ook begeleiding, omdat je lichaam en hoofd al zo lang in de overlevingsstand staan.

Wil je samen kijken wat er bij jou speelt, rouw, trauma of allebei en wat jij nodig hebt om weer te kunnen ademen?

Plan dan een vrijblijvende kennismaking.

Liefs,
Sabine